De essentie van het spelletje

  • 17 oktober 2017
  • Administrator
  • Special

Vorig weekend werd het voetbal in de eerste klasse opnieuw op gang gefloten. Gebruikt u de sportpagina’s van uw krant doorgaans om de aardappelen op te schillen, dan is u dat ontgaan. Erger is dat ook steeds meer neutrale voetballiefhebbers er de schouders voor ophaalden.

Afgezien van enige nieuwsgierigheid naar hoe Anderlecht het zou doen onder debuterende Hein, is bij hen een soort gevoelloosheid ingetreden. Getackeld door de overdaad aan wedstrijden en de groeiende kloof tussen arm en rijk, geëlleboogd door van de spaarpot gerukte transferbedragen en geldschietende gokbedrijven, murw getrapt door mekkerende matennaaiers en hun schwalbes.

‘Als het zo doorgaat, implodeert het voetbal as we know it binnen de vijf jaar’, orakelde een even neutrale collega-liefhebber onlangs aan de toog – onze geliefkoosde biotoop. De analist in mij kon hem geen ongelijk geven. De romanticus in mij weert zich als een Rosse Duivel in een wijwatervat. De essentie van het ‘spelletje’ is niet te vinden in het Astridpark of in Santiago Bernabéu. Het is langs kalklijnen overal te lande dat ik, als vader van drie voetballende zonen, mijn dosis tegengif inadem. Ja, een bullebak scheldt weleens een scheids uit – of erger nog: zijn kind. En nee, niet alle coaches hebben kaas gegeten van pedagogiek.

Maar laten we die rotte appels negeren en de ontelbare toffe peren op handen dragen die kinderen – voor een habbekrats en meermaals per week – de kans geven te doen wat ze het liefste doen: trainers, délégués, scheidsrechters, terrein­verzorgers, bestuurslui en kantine-uitbaters (die vooral de papa’s de kans geven te doen wat ze het liefste doen: bij een pintje ouwehoeren over de wedstrijd van hun kind als was het de Champions League-finale. Zalig, toch?).

Laten we ook niet neerkijken op de ‘voetbaldroom’. Als een turnster brons behaalt op het WK, bewonderen we haar doorzettingsvermogen. Maar profvoetballers zijn ‘verwende vedetten’. Nochtans vergt het, behalve talent, tonnen fysieke en mentale weerbaarheid om de onnoemelijk brede basis te overstijgen en de top te bereiken.

En de overgrote meerderheid die de top niet bereikt? Die krijgt sowieso, zoals in alle sporten, discipline mee, alsook respect voor gezag, ploegmaats en tegenstanders. Die leert omgaan met winst en verlies, met blessures of (op een hoger niveau) niet-selecties. Maar dé troef van voetbal is dat deze sport je onderdompelt in de meest diverse doorsnee van de maatschappij. Geen beschermende cocon van gelijkgestemde zielen, maar een smeltkroes van jongeren en ouders van allerlei slag, stand en afkomst.

Mijn zonen zullen misschien geconfronteerd worden met racisme en verbaal geweld, maar saamhorigheid en plezier zullen de bovenhand halen. Humor eveneens, van alle niveaus. (Er is ook tegen mijn been gepist in de douches.) Gewapend met mensenkennis en empathie voor wie anders denkt, zullen ze om het even welke droom najagen. En later voor hun voetballende kinderen supporteren.

Bron: De Standaard

Share: